Duiven

Direct op zoek naar een ongediertebestrijder? Vul hieronder de 4 cijfers van uw postcode in en Bel Direct!

Duiven

Wie kent hem niet, de duif. De kans is groot dat dit één van de vogels is die je in de ochtend hoort koeren als je wakker wordt. Vooral de grijze stadsduif komt veel voor in Nederland. De duif valt onder de Columbiformes, oftewel duifachtigen. De duifachtigen kan je weer onderverdelen in duiven (Columbidae) en dodo’s.

Duiven kan je vrijwel overal ter wereld tegenkomen. De plekken waar de meeste verschillende soorten voorkomen zijn de Australiaziatische en Oriëntaalse (Indomaleisische) gebieden. Waarschijnlijk zijn duiven dan ook de meeste voorkomende vogelsoort ter wereld. Dit artikel gaat vooral over de stadsduif, aangezien deze vaak voor overlast zorgt.

Soorten

Je kan de duif in allerlei soorten en maten tegenkomen. In Nederland zal je vooral de rotsduif, stadsduif, Turkse tortel en houtduif tegenkomen. In 2010 is er in Nederland zelfs een oosterse tortel gespot.

Stadsduif

De stadsduif (Columba livia domestica) is een eerst gedomesticeerde en toen weer verwilderde afstammeling van de rotsduif. Stadsduiven kom je, zoals de naam implicieert, veel tegen in de stad. Overal waar mensen zijn, kom je de stadsduif tegen. In steden kan deze soort een hoge populatiedichtheid bereiken, ze broeden het gehel jaar door en kiezen zelf hun partner. Ze leven graag in steden omdat er veel voedsel te vinden is en ze hier rotsachtige broed- en schuilplaatsen kunnen vinden.

Rotsduif

De rotsduif (Columba livia) is de wilde voorganger van de stadsduif en is een inheemse soort in de Benelux. Zo’n 500 jaar voor Christus werd deze soort tam gemaakt in Noord-Afrika en daaruit ontstond de gedomesticeerde duif. De nakomelingen worden gebruikt als voedsel, lokduif, sierduif of postduif.

Turkse tortel

De Turkse tortel (Streptopelia decaocto), ook wel Tortelduif, komt tegenwoordig voor in bijna heel Noordwest-Europa. Waar de rotsduif en stadsduif op elkaar lijken, heeft de torteldijf een veel chiquer uiterlijk. Een tortelduif heeft een licht beigegrijs verenkleed en een opvallende zwart-witte kleurenband om de nek.

Houtduif

De houtduif (Columba palumbus) is de grootste duivensoort van West-Europa. Met hun paarsgrijze kop, grijze bovendelen en grijsroze borst lijken ze op de stads- en rotsduif. Deze duivensoort komt voor in heel Europa, met alleen IJsland uitgezonderd.

Leefgebied van een stadsduif

De stadsduif is een wereldwijd voorkomende soort. Elk land heeft wel stedelijke gebieden waar de stadsduif zich kan nestelen. Op plekken waar niet veel steden zijn, zal de stadsduif op zoek gaan naar schuren, verlaten huizen, bruggen en andere man-made structuren. Op plekken met veel natuur zal je de stadsduif niet tegenkomen, maar zijn wilde voorganger de rotsduif. De gebouwen en richels waar de stadsduif zich op nestelt zijn dan ook een soort vervanging voor de rotsen aan zee.

In Nederland

De algemene beschrijving van de stadsduif geldt ook voor Nederland. In de Randstad zal je de stadsduif het meeste tegenkomen, maar in elke stad of dorp zijn er wel plekken waar deze duif zich bevindt.

Uiterlijke kenmerken van een duif

Qua uiterlijk is het soms best lastig om de stads-, hout- en rotsduif uit elkaar te houden. Hieronder lees je over de kenmerken van de stadsduif.

Poten

Een manier waarop de stadsduif zich onderscheidt van andere duivensoorten, is via de pootbevedering. De zogenaamde bekousdheid (de hoeveelheid veren op de poten) is bij stadsduiven zeer laag. Een klein kuifje komt soms voor, maar over het algemeen hebben stadsduiven geen veren op de poten, in tegenstelling tot sierduiven.

Vederkleuring

Stadsduiven hebben een overwegend grijs lichaam met een donkergrijze kop. Op de vleugels vind je aan beide zijden een tweetal zwarte strepen. De nek en de borst hebben van boven tot beneden vaak een groenpaarse kleur. Toch zijn er ook stadsduiven die afwijkende kleuren hebben, zoals geheel wit of glanzend grijsgroen. De poten zijn veelal lichtgrijs met rode tenen.

Leefwijze

De stadsduif komt vooral voor in stedelijke gebieden, ze kunnen hier makkelijk broeden op randen en richels van gebouwen en bruggen. Duiven kom je ook veel tegen op terrasjes en grote pleinen. Overal waar mensen zijn, zijn er duiven. Immers zijn er veel mensen die stukjes voedsel geven aan de duif en ligt er genoeg afval op straat en in steegjes die de duif kan eten. Maar het komt ook voor dat ze tot enkele kilometers buiten de stad voedsel verzamelen door op zoek te gaan naar naar akkers met granen of andere gewassen.

Wat eet een duif?

Van nature eten duiven graag plantaardig voedsel, zoals zaden, knoppen en bladeren. Ook oogstresten op akkes vinden ze lekker. Stadsduiven hebben hun menukaart uitgebreid door veel zwerfafval te eten dat ze tegenkomen in de steden, zoals patat en brood. Er zijn veel mensen die de duiven voeren, maar in grote steden ligt er ook veel afval wat de duiven opeten. Vanzelfsprekend zijn stadsduiven daarom vaak te dik.

Vijanden van de duif

De duif, vooral jonge duiven, willen nog weleens het slachtoffer worden van roofvogels, ratten, marters en wezels. Marters of wezels kunnen het nest leegroven, terwijl volwassen duiven door roofvogels te grazen kunnen worden genomen. Gelukkig voor de duif komen roofvogels liever niet in al te drukke stedelijke gebieden dus hebben ze in de stad weinig vijanden.

Voortplanting en levensduur

Bijna alles lijkt erop dat duiven een partner uitzoeken voor het leven, al is het wel mogelijk dat deze relatie ophoudt te bestaan of dat een vrouwtje meerdere partners heeft. Doordat duiven in staat zijn om kropmelk te produceren, kunnen ze het hele jaar door broeden. Kropmelk, of duivenmelk, is een melkachtige substantie die in de krop (een holte in de keel) van duiven wordt gemaakt nadat de jongen uit het ei zijn. Hiermee worden de jongen de eerste dagen gevoed.

In het wild wordt een duif gemiddeld zo’n 3 tot 4 jaar, maar in gevangenschap kan een duif in goede omstandigheden wel 20 jaar worden.

Overlast en ziektes

Een keer een duif in je tuin is leuk, maar ze kunnen ook voor veel overlast zorgen. De overlast komt vooral in de vorm van bevuiling en aantasting van onder andere gevels, informatiepanelen, stoepen en balkons door alle duivenpoep. Ook lawaaioverlast komt voor.

Daarnaast kunnen stadsduiven ook bacteriën en ziektes met zich meebrengen. Duiven kunnen bacteriesoorten zoals Salmonella, Listeria en E. Coli met zich meedragen, deze kunnen zorgen voor maag- en darmproblemen en dit kan gevaarlijk zijn voor jonge kinderen en zieke of oude volwassenen.

Bestrijding

Het bestrijden van duiven door één persoon is vaak lastig. Je kan de duiven vangen en doden, maar het zijn er zo veel dat dat eigenlijk geen nut heeft. Sommige steden hebben roofvogels ingezet die de duiven vangen en verjagen of hebben een groot aantal duiven gedood door middel van vergassing, dit roept echter weerstand op bij de bewoners van de steden, het is immers zielig om ze te doden.

Tot nu toe lijkt het het beste te helpen door een verbod op bijvoeren op te leggen in steden, waardoor de duiven er niet zo veel meer te zoeken hebben. Daarnaast worden er op potentiële zit- en nestelplaatsen kleine metalen anti-duivenpinnen aangebracht zodat deze niet meer kunnen worden onder gepoept.